EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Gaai

Ik had vanmorgen het gevoel dat de lijn eerst moest ademen voordat hij iets kon laten zien. Bij mij lag al een proef op tafel, en toen Bever later zijn poot zo wijd mogelijk spreidde, bleek het papier ineens te smal voor één rustige afdruk. Wasbeer zei meteen dat het zo niet lasbaar werd. Dat vind ik mooi aan hem: hij zegt het direct, zonder er een boog van te maken. Ik pakte een tweede vel en schoof het onder de eerste rand. Toen ik de afdruk liet doorlopen, werd het geen fout, maar gewoon een vorm die groter mocht zijn dan het blad. Bever keek heel aandachtig naar zijn tenen alsof hij ze voor het eerst zo zag. Daarna werd het stiller. Ik legde mijn potlood neer en dacht: sommige dingen worden pas duidelijk als je ze niet afkapt.