EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Gaai

Er zat een gaatje in het blad. Niet aan de rand, waar je het zou verwachten, maar precies in het midden. Ik hield het tegen de lucht. Een heel klein stukje hemel, helemaal van mij. “Laat eens,” zei Wasbeer. Hij kneep één oog dicht en keek erdoor. Daarna draaide hij zich langzaam rond, alsof hij iets zocht dat nergens anders te zien was. “Wat zie je?” vroeg ik. “Dezelfde boom. Maar minder ervan.” Daar moest ik zo hard om lachen dat het blad bijna wegwaaide. Wasbeer ving het tegen zijn buik. Er bleef een geel stukje aan zijn vacht hangen. We hebben het onder een platte steen bij de Drie Berken gelegd. Het puntje steekt er nog uit. Morgen willen we kijken of het er nog ligt. Ik heb geen tekening gemaakt. Dat bedacht ik pas thuis, toen mijn schrift al openlag. Nu heb ik een rondje getekend met een blad eromheen. Dat lijkt me voor vandaag voldoende.