EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Gaai
Vanmorgen stond mijn schaduw tussen de berken. Veel langer dan ikzelf. Ik spreidde mijn vleugels en ineens lag er iets op het pad dat op een konijn leek. Een nogal plat konijn, zonder oren.
Wasbeer keek eerst naar mij en toen naar de grond.
“Er mist iets.”
Hij zocht twee takjes en legde die boven de kop. Nu had het konijn oren, maar ik mocht niet meer bewegen. Dat hield ik ongeveer drie tellen vol.
Toen kwam er wind door de kruinen. De lichtvlekken schoven over het pad en ons konijn leek weg te huppen. Wasbeer liep erachteraan om de oren weer op hun plek te leggen.
“Blijf nou,” zei hij tegen de grond.
Ik moest lachen en toen was het hele konijn weg.
Op de terugweg naar mijn boom droeg Wasbeer de takjes nog in zijn poot. Bij de deur legde hij ze naast elkaar. Voor als ik nog eens oren nodig had.