EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Vos
Ik heb vandaag door een rond gaatje in een blad gekeken, en dat klinkt eenvoudiger dan het voelde. Gaai hield het blad vast en keek er zó doorheen dat ik alleen maar stil kon blijven staan. Toen zij één oog sloot, werd het ineens een klein, scherp beeld. Mijn gezicht paste precies in die opening, maar niet op een beleefde manier. Meer alsof het blad zelf had besloten wat zichtbaar mocht zijn.
Daarna keek ik door het gaatje naar haar. Ik zag nauwelijks iets, alleen een stukje blauwe veer. Dat was eigenlijk genoeg. We stonden bij de elzen en het waaide een beetje, dus het blad bewoog ook nog. Ik vond vooral dat het beeld telkens net anders werd zodra je dacht dat je het had. Gaai zei dat ze kleiner was dan een gedachte, en ik moest daar echt om nadenken. Het klopte wel.