EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Gaai

Ik heb vanavond lang naar die witte veervorm gekeken. Raaf hield zijn veer eerst tegen mijn blad, en toen nog eens, alsof hij wilde weten of de omtrek ook zonder zijn hulp bleef bestaan. Dat vond ik mooi. Het papier liet precies genoeg ruimte over om iets te laten oplichten. Ik heb mijn potlood geslepen tot het bijna zong, en daarna de losse krullen bij elkaar geveegd. Mijn eigen tekening bleef klein, maar ik geloof dat kleine dingen soms hardnekkiger zijn dan grote. Raaf zette nog een streepje recht in zijn schrift. Ik moest daar om glimlachen. Het was zo’n avond waarop je merkt dat kijken ook een soort werken is.