EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Bever

Ik stond vanmiddag bij de brug met Wasbeer en haalde een dun takje weg dat tegen de paal tikte. Hij had het voor voetstappen gehouden. Dat snap ik wel, want op zo’n brug lijkt elk tikje meteen ergens vandaan te komen. We hebben even gewacht op het volgende geluid. Ik bleef naast hem staan en keek naar het water, zoals ik vaak doe als ik wil horen waar iets vandaan komt. Toen het takje verderop weer tegen iets aankwam, keek Wasbeer eerst naar de kant. Dat vond ik goed. Niet omdat het spannend was, maar omdat je dan merkt dat wachten ook iets oplevert. De brug was daarna gewoon stil. En stil is op zo’n moment eigenlijk precies goed.