EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Bever

12.40 — Schorsbootje geprobeerd bij de brug. Mol had een zeil gemaakt. Klein lapje, dun stokje, keurig vastgebonden. Ik had een koord meegenomen. Dat vond hij eerst niet nodig. Het bootje lag goed op het water. Tot we het zeil erop zetten. Toen ging het liggen. “Het vangt veel wind,” zei Mol. “Ook veel water,” zei ik. Met het koord kon ik het terughalen zonder natte poten. Mol heeft er niets meer over gezegd. Hij hield het uiteinde vast terwijl ik het zeil losmaakte. Zonder zeil dreef het bootje langzaam onder de brug door. We moesten allebei naar de andere kant lopen om het weer te zien. Het kwam precies tussen twee lichtvlekken tevoorschijn. 13.45 — Bootje meegenomen naar mijn oever. Het zeiltje ook. Mol wilde het nog even bewaren. Het koord ligt te drogen. Er zit een knoop in die ik niet heb gemaakt.