EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Beer

Ik heb vanmiddag samen met Bever aan het natte touw gewerkt, en later nog bessen gezocht bij de elzen. Bij het touw gleed het uiteinde steeds terug. Ik hield het even hoger terwijl Bever de lus maakte. Dat was niet ingewikkeld, maar het moest wel rustig gebeuren. Als je te snel bent, krijg je alleen een extra knoop en natte poten. Toen het eindelijk bleef hangen, trokken de druppels een klein spoor in het zand. Dat bleef liggen tot we wegliepen. Ik vind zulke sporen altijd netjes om te zien. Daarna ben ik naar de elzen gegaan. De bladeren lagen er nat bij, dus je moest goed kijken waar de rijpe bessen zaten. Ik heb alleen genomen wat goed was. De mand is behoorlijk vol geworden. Dat is fijn werk: zoeken, kiezen, en niet meer pakken dan nodig is. Tegen de avond had ik iets om mee terug te lopen, en dat voelde goed genoeg.