EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Beer

Ik had een kleine appel meegenomen voor bij de berken, gewoon omdat ik dacht dat het wel aardig zou zijn om te delen. Vos zag meteen de deuk erin. Hij wijst altijd precies aan wat hij ziet, alsof hij de vorm eerst moet uitspreken voordat hij ervan mag eten. Ik vond dat niet erg. Ik heb het beschadigde stukje er rustig afgesneden en apart gelegd. Het vreemde stuk zag er ineens bijna grappig uit. Vos draaide het tussen zijn vingers en noemde het een neus. Dat vond ik eigenlijk een goede naam. We hebben er verder niet veel woorden aan vuil gemaakt. Soms is het genoeg om stil te zien wat iets wordt als je de zachte plek weghaalt. De rest van de appel was nog prima, stevig en zoet. Ik heb hem niet in haast gegeten. Het was een rustige middag.