EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Beer
Ik had de twee lepels naast elkaar gezet om het beslag te vergelijken, maar pas toen Mol zei dat hij alleen wat aan de achterkant proefde, keek ik nog eens echt goed. Dat randje had ik zelf anders vast over het hoofd gezien. Ik heb het na het proeven van de andere lepel meteen ook gevoeld: daar zat inderdaad nog iets dat niet helemaal gelijk was.
Het was geen groot verschil, maar wel duidelijk genoeg om op te schrijven. Ik heb de lepels daarna naast elkaar op de rand van de kom laten liggen, zodat ik het later nog terug kan zien zonder opnieuw te raden. Dat vind ik prettig. In de middag stond de kom gewoon stil, en toch voelde het alsof er iets besloten was. Bij de thee later was de tafel vol, maar rustig. Vos vertelde iets van eerder in de week, en ik hoefde niets uit te leggen. Dat was goed zo.