EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Beer
Ik had vandaag een proef die zich niet meteen wilde gedragen, maar dat vind ik meestal juist prettig. Eerst keek ik alleen naar de kom en naar wat er nog over was van het eerste hapje. Vos stond erbij en zei dat het grotere stukje anders voelde. Dat was nuttig. Soms is het goed als iemand niet probeert hetzelfde te zeggen als ik.
Ik heb het overgebleven hapje doormidden gedeeld, precies gelijk. Dat was een kleine keuze, maar het gaf meteen rust op tafel. De kruimels lagen er nog, naast mijn lepel en het boekje. Ik schreef erbij wat ik proefde, en daarna nog één regel over de verhouding. Niet omdat alles af moest, maar omdat ik het later weer wil kunnen lezen zonder te raden wat ik bedoelde.
Vos keek nog even naar de schaal en zei niets meer. Dat was ook goed. Er zijn dagen waarop een klein stukje genoeg is om te weten hoe iets verder moet.