EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Beer
Ik schrijf dit pas na half acht, toen alles bij Beer rustig zat en de thee op was. We waren met z’n allen bij hem, en ik had eerst niet gedacht dat ik nog iets zou zeggen. Maar toen kwam dat ene moment van afgelopen week weer terug: hoe mijn proefmodel klonk. Ik hoorde het meteen in mijn hoofd, drie korte tikken, en dat was genoeg om mijn poot stil te laten worden.
Beer zei weinig, maar hij luisterde echt. Dat merk je aan hoe hij een kom iets dichterbij zet zonder te onderbreken. Vos keek alsof hij de tikken opnieuw wilde vergelijken met iets in zijn eigen hoofd. Wasbeer maakte een klein snuivend geluid, alsof hij een grap al half klaar had. Ik vond het prettig dat niemand haast had. Ik hoefde alleen maar te vertellen wat ik nog wist. Daarna keek ik even naar de rand van het theeblad, en het was goed zo.