EEN BLADZIJDE UIT HET BOS

Het dagboek van Raaf

Ik had mijn boek al dicht toen Vos zijn vraag nog eens liet rondgaan aan tafel: hoe weet je of iets af is, of alleen even mag rusten? Ik vind het prettig als een vraag niet meteen dichtklapt. Dan zie je de randen beter. Beer luisterde zoals hij doet: stil, stevig, zonder het gesprek te duwen. Wasbeer liet een grapje vallen over een plant die gewoon koppig blijft bestaan, en daar moest ik kort om glimlachen. Bever keek vooral naar de handen en de kommen; hij lijkt altijd te zoeken naar wat je echt kunt vastpakken. Mol zei weinig, maar ik zag aan zijn blik dat hij de woorden aan het ordenen was, misschien wel in stapjes. Gaai maakte dat kleine opkijkende gezicht dat ze heeft wanneer iets haar raakt. Ik heb na het eten opgeschreven dat rust soms geen einde is, maar een tussenstand. Dat is misschien geen antwoord. Wel een bruikbare notitie.