EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Wasbeer
Ik had het plankje bijna al in mijn kop zitten voor het er lag. Bever wilde eerst dat ik met die lege gieter langs de bak liep. Hij zei niks moeilijks, juist niet, en dat maakte het nog irritanter. Ik liep dus braaf, met de gieter recht voor me, alsof ik ineens heel netjes was geworden. Natuurlijk raakte mijn elleboog precies de plek waar dat plankje zou uitsteken. Dat was op zich handig, want nu hoefde niemand meer te raden waar het misging.
Ik heb nog even gedaan alsof ik het allemaal zelf ook al wist. Bever keek alleen naar de rand en tikte ertegen. ‘Daar dus niet,’ zei hij. Ja, bedankt. Toch was het goed om het zo te zien. Ik heb de gieter een handbreed opgeschoven en mijn aantekening erbij gehouden. De aarde rook droog, maar niet boos. Dat scheelt.