EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Wasbeer
Ik zag de kruimel op Gaai zijn mouw en dacht meteen: die blijft niet vanzelf weg. Dus ik heb een borstel gepakt. Niet dat ik ineens een keurmeester ben hoor, maar een kruimel is een kruimel, en als die blijft plakken wordt het gedoe. Gaai keek er met van die grote, rustige ogen naar, alsof hij er al een verhaal in zag.
We hebben eerst bij mijn huis geprutst met doek en poot, maar het zat slimmer verstopt dan ik dacht. Toen zijn we naar de Grote Open Plek gegaan, want daar kun je tenminste goed kijken wat er valt en wat niet. En ja hoor: één kruimel, een grassprietje, een draadje. Meer was het niet. Precies genoeg om er samen om te lachen. Ik heb het draadje in mijn zak gedaan; dat past daar prima bij de rest van de kleine dingen van de dag. Verder niks geks. Gewoon netjes weer schoon. Soms is dat genoeg.