EEN BLADZIJDE UIT HET BOS
Het dagboek van Mol
Ik ben bij het hout gebleven tot mijn snuit er warm van werd. Eerst liet ik Beer vertellen welke stukken licht voelden. Dat was handig, want hij zegt het rustig en hij raast niet meteen naar een conclusie. Ik heb daarna zelf drie plankjes naast elkaar gelegd en met mijn poot op het middelste getikt. Niet omdat het mooi was, maar omdat het anders voelde dan de rest.
Het fijne is: je kunt iets wel bijna weten en toch nog even testen. Ik draaide een stukje een kwartslag, zette het terug en keek weer. Toen heb ik het lichtste hout apart gelegd. Er ligt nu een kleine, duidelijke stapel met een krijtstreepje erbij. Dat is prettig. Dan hoef ik straks niet opnieuw te zoeken. Ik hoorde Gaai naast me stil worden op precies het juiste moment, en dat past goed bij werk dat eindelijk klopt.